30: Grammatica
wat moet ik kunnen voordat ik begin?
| 29a. | Ik kan uitleggen waarvoor de praesensstam wordt gebruikt. |
| 8b. | Ik kan uitleggen hoe de praesensstam wordt gevormd. |
| 8d. | Ik kan uitleggen wat een 'bindvocaal' is. |
| 10e. | Ik kan uitleggen wat 'kenletters' zijn. |
| 10f. | Ik kan de kenletters van het imperfectum herkennen. |
| 29c. | Ik kan de kenletters van het futurum herkennen. |
Stappenplan
Herhaling
- Herhaal de rijtjes van de onvoltooide tijden.
- Maak deze vormleeropdracht.
Nieuwe stof
- Leer de woordjes en stamtijden van les 30.
- Kijk de uitlegvideo over §5.2-3 (passivum onvoltooid).
- Leer de rijtjes van het passivum onvoltooid.
- Maak mandatum XIII.
- Maak mandatum XI.
- Maak mandatum XIV.
Extra oefenmateriaal
wat moet ik nu kunnen?
| 30a. | Ik kan de verschillen uitleggen tussen een actieve en een passieve zin. |
| 30b. | Ik kan de persoonsuitgangen van het passivum herkennen. |
| 30c. | Ik kan werkwoorden benoemen. |
| 30d. | Ik kan werkwoorden vertalen. |
| 30e. | Ik kan uitleggen op welke twee manieren de handelende persoon wordt aangegeven. |
Studeamus