32: Grammatica
wat moet ik kunnen voordat ik begin?
| 8a. | Ik kan de persoonsuitgangen herkennen. |
| 10f. | Ik kan de kenletters van het imperfectum herkennen. |
| 29c. | Ik kan de kenletters van het futurum herkennen. |
| 10g. | Ik kan de persoonsuitgangen van het perfectum herkennen. |
| 11b. | Ik kan de kenletters van het plusquamperfectum herkennen. |
| 31c. | Ik kan een los ppp vertalen. |
| 31d. | Ik kan werkwoorden benoemen. |
Stappenplan
Herhaling
- Maak deze herhaalopdracht over werkwoordsstammen.
- Maak deze herhaalopdracht over de onvoltooide tijden.
- Maak deze herhaalopdracht over voltooide tijden actief.
Nieuwe stof
- Leer de woordjes en stamtijden van les 32.
- Kijk de uitlegvideo over §5.6 (onregelmatige werkwoorden).
- Leer de rijtjes van velle, nolle, malle, ferre en ire.
- Maak mandatum XIX.
- Maak mandatum XX.
Extra oefenmateriaal
wat moet ik nu kunnen?
| 32a. | Ik kan de onregelmatige vormen van velle, nolle en malle benoemen. |
| 32b. | Ik kan de onregelmatige vormen van velle, nolle en malle vertalen. |
| 32c. | Ik kan de onregelmatige vormen van ferre en ire benoemen. |
| 32d. | Ik kan de onregelmatige vormen van ferre en ire vertalen. |
| 32e. | Ik kan samengestelde vormen van ferre en ire benoemen. |
| 32f. | Ik kan samengestelde vormen van ferre en ire vertalen. |
Studeamus